Een paar dagen geleden betrapte ik mezelf er ineens weer op. De drang om veel online bezig te zijn. De neiging om een paar keer per dag dingen als mijn mail en Instagram te bekijken. Alles bijhouden in Whatsapp. Mijn banksaldo een paar keer per dag bekijken. De weersvoorspellingen ook. Het is een soort automatisme, iets in mij denkt hier baat bij te hebben. Er grip door te krijgen. Er rustiger van te worden. Het tegenovergestelde is waar.

Er is veel gaande en veranderende in mijn leven en meer prikkels maakt me alleen maar rustelozer. Diep van binnen weet ik dat ik juist rustiger wordt als ik dingen laat bezinken. Vaker gewoon even ga zitten en om me heen kijk. Of juist mijn ogen even dicht doe. Al is het maar een minuutje.

Dat geeft me ruimte. Dat geeft mijn hersenen (of waar ook in het lichaam) de kans om van alles op een rijtje te zetten. Dingen een plekje te geven.

Het gedeelte in mij dat denkt dat van alles online bijhouden controle geeft, heeft meestal gewoon geen gelijk. Dat realiseer ik me weer. Een paar keer per dag dingen als mail, Instagram, banksaldo en het weer bekijken slaat in mijn ogen eigenlijk helemaal nergens op. Het geeft me niks. Het levert me niks op. Behalve de onrust van de handeling. Gelukkig kom ik altijd op een punt dat ik dit weer zo voel en ervaar.

En dat is het punt waarop ik besluit om weer meer de leegte in te gaan. Daarvoor hoef ik niet weer op een klif in Ierland te gaan zitten. Dat kan gewoon in het klein. Door mijn mobiel wat verder weg te leggen. Er bewuster mee om te gaan. En mezelf bij drukte weer aan te leren om even niks te doen. Mijn zintuigen open te zetten. Een keer dieper adem te halen.