Samen met vrienden was ik de Nijmeegse vierdaagse wandelaars aan het aanmoedigen. Een bont gezelschap van mensen kwam voorbij. Ontroerend vind ik dat altijd, al die mensen, van alle leeftijden en uit zoveel landen, samen en naast elkaar aan het wandelen. En die bijzondere sfeer in de stad, bij de wandelaars, kijkers, helpers en iedereen die op wat voor manier dan ook bijdraagt aan het geheel.

Een vriend van een vriend van een vriendin van mij stond naast me. Met de waterspuitjes ter verkoeling voor de wandelaars in onze hand stonden we even in de schaduw te kijken naar al die mensen die in deze tropische hitte kilometers aan het wandelen waren. Ik moest er zelf niet aan denken, ik vind het al snel te heet. De vraag: ‘Zie jij dat jezelf doen, een paar dagen achter elkaar zoveel wandelen?’ kwam naar boven en ik slikte de vraag snel weer in.

Hij was namelijk een maand of 9 geleden gevlucht uit Syrië. Ik zag ineens al die mensen voor me, die huis en haard achterlieten. Veel daarvan hadden kilometers lopend afgelegd. Misschien was hij er wel een van. Het leek me ineens even zo banaal, wandelen voor je lol, terwijl anderen wandelden voor hun leven.

Even later ging ik er met hem over in gesprek. Ik vond het nogal wat om te vragen hoe hij in Nederland gekomen is, welke weg hij heeft afgelegd en hoe, dus dat heb ik niet gedaan. Hij vertelde waarom hij weg was gegaan. Ik realiseerde me dat we het maar goed hebben in Nederland. Ik vroeg hoe het voor hem was, om weg te zijn gegaan uit zijn eigen land waar zoveel strijd en gevaar is, en dan nu in het feestgedruis te staan. Het contrast leek me zo groot. Hij vertelde dat hij dankbaar was dat hij hier nu was en enorm kon genieten van alles.

Ik keek om me heen en kreeg een grote glimlach: de mens is toch maar een veerkrachtig wezen. Ik zag het in hem. En iets verderop aan al die wandelaars, die zwoegend doorstapten op weg naar de finish van die dag.